Programma

Het kan anders in Tielt-Winge!

Wat wil Groen anders? Waarin willen we het verschil maken?                                            

Tielt-Wingenaars hebben veel verzuchtingen. Bij ons is de auto nog onverkort koning. Kinderen kunnen niet veilig naar school fietsen. In onze dorpskernen wordt elk appartementenproject vlotjes vergund. Publieke natuur ging massaal in de etalage. Op wijnbouw zetten we in. Op bioteelt en korte keten nog steeds niet. In de Kaaskorf willen burgers de inrichting van hun wijk mee in handen nemen. Veel werk dus op de plank! Groen staat klaar om het verschil te maken!

Hoe wil Groen besturen?

Goed bestuur is transparant bestuur. Goed bestuur betrekt burgers en verenigingen bij de besluitvorming. Dat is wat onze mensen onverkort verwachten!

Download het programma

Lees het volledig programma

SAMEN GEMEENTE MAKEN

toekomstvisie, publiek belang en participatie

 

Toekomstvisie, publiek belang en participatie als uitgangspunt

Groen kiest voor een beleid dat de gemeente uittekent die we in 2030 willen zijn, een beleid dat ingaat op globale en lokale uitdagingen. Die dienen zich aan; we kunnen er niet omheen. De toekomst is nu, zeg maar. Willen we onze kinderen en kleinkinderen een leefbare wereld achterlaten, dan zullen we moeten samenwerken. Een bestuur, bijvoorbeeld, moet netwerken om doelstellingen, pakweg voor het klimaat,  te realiseren. Het gezamenlijk belang staat daarbij voorop, niet dienstbetoon of de optelsom van ad hoc privébelangen. We willen een eigentijdse overheid die meedenkt met de burgers en die intussen ook een goede dienstverlening voor ieder kan garanderen.  

 

Inspraak en participatie

  • Waar het beleid vroeger altijd top-down was, met de verkiezingen als inspraakmoment, zien we steeds meer een kentering. Burgers beginnen actief mee te denken en verantwoordelijkheid op te nemen. Groen wil daarom inspraak organiseren van bij het begin van de besluitvorming over een project (riolering, weginrichting, immoproject, Kaaskorfinfrastructuur) en niet enkel aan het einde. Burgers zijn immers experts in hun eigen leefomgeving. Hun bijdrage is waardevol. Burgers (en hun middenveldorganisaties) bieden ook een tegenwicht voor een beleid waarin privébelangen doorwegen op b.v. de waarde van een mooi dorpsgezicht. Als het gaat over complexe uitdagingen als de klimaatverandering kan een bestuur zelfs niet zonder de actieve medewerking van burgers.
  • Participatie verankeren we daarom stevig in het lokaal beleid. Adviesraden herwaarderen we met wederzijdse, duidelijke engagementen. We stellen tijdig de juiste informatie ter beschikking, vragen actief om advies, gaan in op suggesties uit de raad en geven een gemotiveerd antwoord op alle adviezen. We denken aan GECORO, MAR, de jeugd- en bibraad, de cultuurraad, de sportraad, het GROS. De strategische meerjarenplanning toetsen we af met klankbordgroepen van burgers. Burgers kunnen voor Groen zelfs ‘co-producent’ zijn van lokaal beleid, d.w.z. mee verantwoordelijkheid dragen. Hen kan gevraagd worden om zelf een oplossing voor een probleem te ontwikkelen en daar binnen hun buurt een draagvlak voor te vinden. Ook met burgerbudgetten kunnen we burgers actief betrekken bij het beleid in plaats van hen van het beleid weg te houden.

 

Transparant bestuur en communicatie

  • Een integraal meerjarenplan in BBC-vorm (beleids- en beheerscyclus) is sinds 2014 verplicht voor alle lokale besturen. Zo’n plan is gebaseerd op een gedegen omgevingsanalyse en geeft noden, kansen en risico’s aan. Het verplicht besturen tot transparantie over doelstellingen en budget. Het is een instrument dat het algemeen belang duidelijker voorop stelt en cliëntelisme minder evident maakt. Groen staat pal achter een volwaardig BBC.
  • De fusie van gemeenten en OCMW’s is per 1 januari 2019 een feit. Deze fusie is niet louter een ‘juridische aangelegenheid’, maar houdt kansen in voor een nieuwe visie en missie voor de organisatie. Groen steunt het participatief proces dat met de personeelsleden is opgestart en de uitbreiding van het managementteam (MAT) met de diensthoofden.  
  • Goed bestuur is transparant bestuur, een bestuur dat helder communiceert wat het van plan is, wat het effectief plant en wat het beslist of uitvoert. Die communicatie gebeurt actief op de website, b.v. collegebesluiten en openbare onderzoeken (vergunningen, retributies) zijn meteen raadpleegbaar. Er is transparantie over mandaten (‘zitjes’) in besturen en over alle vergoedingen die politici krijgen. Een open bestuur creëert betrokkenheid en draagvlak.
  • Burgers moeten hun dossier ook online kunnen opvolgen. We moeten daarom investeren in een interactieve gemeentelijke website, waar een burger ook makkelijk vragen kan stellen, of aanvragen en bestellingen kan regelen. De dienstverlening is gelijk voor alle burgers.

 

Financiën en investeringen

  • Investeringen zijn uiteraard nodig en moeten passen in een onderbouwde langetermijnvisie. Groen wil m.a.w. grondig screenen op efficiënt gebruik van schaarse publieke middelen. Geld stoppen in achterhaalde of in onaangepaste oplossingen, heeft geen zin. Regenwater moeten we scheiden van afvalwater, maar in een dorp zijn er daarvoor meer en betere mogelijkheden dan in de stad. In Nederland is men b.v. afgestapt van de aanleg van dubbele rioleringen. Gemeenten moeten daarom minstens kunnen aansturen of onderhandelen hoe projecten op hun grondgebied worden uitgevoerd. Het is tenslotte de burger die met zijn belastingen betaalt.
  • Groen wil het burgerbudget een kans geven, b.v. voor concrete projecten in de deelgemeenten.

 

VEILIGE WEGEN VOOR IEDEREEN

leefbare en veilige mobiliteit als uitgangspunt

 

Leefbare en veilige mobiliteit als uitgangspunt

Groen kiest voor een leefbare en veilige mobiliteit in Tielt-Winge. De levenskwaliteit binnen woonzones is daarbij prioritair. We maken bovendien een duidelijke keuze voor verkeersveiligheid voor alle weggebruikers: we streven naar een aangepaste verkeerssnelheid, we stimuleren het fietsen en we investeren in voet- en fietsinfrastructuur. We hanteren het STOP-principe voor korte afstanden (tot 5 km).

 

Groen heeft de volgende prioriteiten voor het mobiliteitsbeleid

  • Graag Traag voor dorpskernen en woonzones, d.w.z. 50 of 30 km/u. Geen 70km/u dus in woonlinten en op smalle (verharde) veldwegen. Alleen dan wordt een dorp opnieuw leef- en ontmoetingsruimte. Alleen dan is mobiliteit volgens het STOP-principe mogelijk, d.w.z. prioritair is Stappen, vervolgens Trappen, dan Openbaar vervoer en tenslotte Privévervoer.
  • De inrichting van de openbare ruimte moet dit afdwingen. Voetgangers en fietsers moeten daarbij comfortabele ruimte en infrastructuur krijgen. In hun huidige (te smalle) vorm verhogen fietspaden veelal het doe-maar-op-gevoel van de automobilist. De infrastructuur moet ook regelmatig onderhouden worden.
  • We ondertekenen het charter van Fietsberaad en werken aan een doordacht en visionair fiets-beleidsplan. Bij plannen en ontwerpen voor de publieke ruimte betrekken we ervaringsdeskundige fietsers en voetgangers en ook kwetsbare groepen als mensen met een beperking, senioren, kinderen.
  • We maken de schoolomgevingen radicaal veiliger door concrete maatregelen, zoals het invoeren van schoolstraten. D.w.z. dat bij het begin en einde van de schooldag de schoolomgeving autovrij wordt gemaakt en het verkeer een (half) uur wordt omgeleid.
  • We willen veilige fietsverbindingen naar school (kindlinten), bij voorkeur via veldwegen en kerkwegels die parallel lopen aan de verkeerslinten, d.i. het gescheiden-wegen-principe. Waar nodig moeten deze trage wegen nog verder verbonden worden. Zijn deze alternatieven er niet, dan is een rustige snelheid gecombineerd met een aangepaste weginrichting de oplossing.
  • Er komt een inventaris van veiligheidsknelpunten die prioritair moeten worden aangepakt. Per knelpunt wordt een oplossing voorgesteld waarbij de ‘kindermaat’ (onder meer qua zichtbaarheid en oversteekbaarheid) de norm is. Oplossingen werken we prioritair uit in functie van voetgangers en fietsers. Zo worden voet- en fietspaden beter niet onderbroken door zijstraten. Ze laten doorlopen is veel veiliger. Dan moet de auto het voet- of fietspad oversteken, niet omgekeerd. Een voetpad moet ook voor mensen met een rolstoel of kinderwagen breed en comfortabel genoeg zijn, een kruispunt ook voor kinderen overzichtelijk en voor ouderen oversteekbaar; verkeersborden moeten ook voor kinderen duidelijk zichtbaar zijn.
  • Ouders moedigen we aan om hun kinderen effectief te laten stappen of trappen door veilige trajecten, het aanleren van fietsonderhoud, samen fietsen of fietspoolen.
  • We organiseren gratis fietscontroles voor jongeren bij het begin van het schooljaar.
  • Waar mogelijk en zinvol wordt gekozen voor de inrichting van ‘fietsstraten’, waar de fietser en niet de automobilist de norm is.
  • Er is nood aan voldoende kwaliteitsvolle fietsstallingen, ook bij openbare gebouwen. Bij bouwvoorwaarden voor nieuwe appartementen zou een voldoende grote fietsstalling moeten worden voorzien.
  • In de dorpscentra garanderen we veilige wandelroutes voor ouderen, met goede voetpaden en voldoende publieke rustpunten. Als ouderen zich overal op een veilige manier te voet kunnen verplaatsen, ondersteunt dat hun autonomie en het kan mee een middel zijn om eenzaamheid te voorkomen.
  • Sluipverkeer van zowel vracht- als personenwagens willen we aanpakken door een weloverwogen verkeerscirculatie en door aangepaste GPS-systemen, waardoor woonstraten en smalle wegen niet als alternatieve doorgangsroutes aangegeven worden. Ook infrastructuur die aangepast is aan de (verblijfs)functie van de straat, ontmoedigt sluipverkeer.
  • Tenslotte heeft de gemeente zelf een voorbeeldrol door zoveel mogelijk zachte vervoermiddelen te gebruiken en te stimuleren (premies en goede fietsvoorzieningen voor het personeel, dienstfietsen in het verloningspakket, …) en door een vervoersplan voor het eigen personeel op te stellen.
  • Willen we de auto deels overbodig maken, dan moeten we ook inzetten op hoogwaardige verbindingen met De Lijn, o.a. via het Regionet Leuven.
  • We nodigen autodeel-aanbieders opnieuw uit om autodelen te overwegen in Tielt-Winge.

RUIMTELIJKE ORDENING - PUBLIEKE EN OPEN RUIMTE

publieke ruimte heroveren, open ruimte behouden, goed doordachte ruimtelijke ordening

 

Meer leefbaarheid door doordachte ruimtelijke ordening

Er is geen goed mobiliteitsbeleid zonder een goed ruimtelijk beleid. Wonen, werken, school lopen, winkelen, recreëren willen we dichter bij elkaar brengen, zodat minder (auto)verplaatsingen nodig zijn. Nabijheid is het uitgangspunt. Publieke ruimte moeten we daarbij heroveren. Open ruimte moeten we absoluut behouden. Tenslotte is het hoog tijd voor publieke infrastructuur in de Kaaskorf.

 

Groen heeft de volgende prioriteiten voor onze ruimtelijke ordening

  • We kiezen voor autoluwe, aantrekkelijke en leefbare dorpskernen die meer zijn dan “bebouwde kom” of woningen langs een verbindingsweg. Dorpskernen hebben een diversiteit aan functies. De ruimtelijke inrichting moet ontmoetingsruimten creëren voor zowel kinderen en jeugd als voor senioren. Het is ook de plek voor diensten en voor dorpswinkels.  Een leefbare dorpskern is een mooie dorpskern waar je met een gerust hart en met plezier vertoeft, speelt of rondhangt.
  • Deze visie is het uitgangspunt voor onze ‘Visie op Ruimtelijke Ordening 2020-2050. We vertalen ze in de verdere uitwerking van het Gemeentelijk Ruimtelijk Structuurplan en de bestaande ruimtelijke uitvoeringsplannen (GRUPs)
  • We kiezen voor verdichting van de kerndorpen door inbreiding en voor ontmoediging of zelfs omkering van de lintbebouwing.
  • We beschermen patrimonium: pastorieën, kerken, bossen, dorpsgezichten, holle wegen.
  • We laten projecten ruimtelijke ordening niet enkel over aan privébelangen (Gouden Kruispunt).
  • Verdere inbreiding in bestaande woonkernen moet gebeuren in overleg met de omwonenden.
  • Appartementsblokken passen niet in beschermde dorpsgezichten. Ze overschrijden ook de draagkracht van smalle straatjes.
  • We bouwen verder aan een ambitieus woonbeleid in Tielt-Winge en de regio i.s.m. Hartje Hageland. Jonge Tielt-Wingenaars en jonge gezinnen moeten de kans krijgen om in de eigen gemeente duurzaam te blijven wonen.
  • Groen is bezorgd over de voortschrijdende verappartementering in de gemeente, die volledig gestuurd wordt door privé initiatief en winstbejag i.p.v. sociale objectieven. De gemeente kan bij wijze van alternatief samenhuisprojecten en burgerbouwgroepen faciliteren, d.i. individuele burgers die op zoek zijn naar een gezamenlijk project dat ze zelf kunnen invullen. Het kan gaan om gezinnen die samen een oude boerderij omvormen, om senioren in een Abbeyfieldproject, om kangoeroewonen.
  • We maken dringend werk van duurzame openbare voorzieningen in de Kaaskorf. We betrekken de inwoners zelf bij de inrichting van hun wijk. Zij kennen de kwetsbaarheid van buurt en bos. Zij wensen een milieuvriendelijke (afvalwater) en veilige (wegen) oplossing.
  • Kleinhandel (buurtwinkels) en horeca doen een dorp (her)leven; een winkelcentrum in de rand niet. Dorpskernen richten we aantrekkelijk en veilig in, zodat ook ouderen veilig naar de buurtwinkel kunnen.
  • Buurten als het Wingeveld, het St-Jorisveld, het Koningsblok en vele andere nodigen uit tot ontmoeting: een wekelijks speelstraatmoment, een vast buurtfeest. Dergelijke initiatieven van inwoners of verenigingen krijgen ondersteuning.
  • We willen voldoende publieke voorzieningen, ook voor kinderen, senioren en mensen met een beperking: rustpunten, zitbanken, uurwerken, toiletten, drankfonteinen, een postbus en multi-functionele speelelementen. Mindervaliden krijgen bij alle publieke gebouwen en plekken voorbehouden parkeerplaatsen.
  • Kinderen en jongeren moeten in elke buurt onbekommerd en veilig hun ding kunnen doen: spelen, voetballen, fietsen, skaten, ‘rondhangen’, enzovoort.
  • Mobiliteit organiseren we in functie van leefbare dorpskernen en veilige verbindingen voor zwakke weggebruikers.
  • De verkeersimpact van een bouwproject moet altijd goed worden afgewogen. Verdicht wonen creëert in een dorp veelal bijkomende automobiliteit.

 

Publieke ruimte heroveren

  • Groen wil geen verdere privatisering van delen van het openbaar domein of de vervanging van publieke door commerciële ruimten. Groen ijvert voor een reclame-arm publiek domein in plaats van een steeds grotere commercialisering van onze leefomgeving.
  • Groen wil straten, pleinen, openbare gebouwen en diensten die voor iedereen toegankelijk zijn, dus ook voor mensen in een rolstoel, doven, slechtzienden.

 

Behoud de open ruimte

  • Het bestuur geeft de controle over bodembestemmingen niet uit handen. Gronden die eigendom zijn van de overheid worden in principe niet langer geprivatiseerd.
  • We behouden en versterken het landelijk karakter van de gemeente en van de open ruimte. Open ruimte en bestaande groengebieden behouden we. Uitbreiding kan ontstaan door het bestaande ruimtegebruik te optimaliseren, d.w.z. niet gebruikte ruimte een functie te geven. Dat kan door samenwerking tussen Landbouw, Natuurbeheer en Toerisme vanuit een duurzame én langetermijnvisie .

NATUUR, MILIEU EN KLIMAAT

natuur en biodiversiteit - schone lucht, propere bermen - burgemeestersconvenant omzetten in beleid

 

 

Natuur en biodiversiteit herwaarderen

Tielt-Winge profileert zich als groene, landelijke gemeente. Velen kwamen hier om die reden wonen!  Ondanks alle recente ingrepen om onze natuur te versnipperen en te privatiseren, hebben we nog steeds een groot groen patrimonium. Dat moeten we in stand houden, duurzaam beheren en waar mogelijk uitbreiden! We versterken ook de biodiversiteit in onze omgeving.

  • Het groene patrimonium willen we in stand houden, beheren en duurzaam ontsluiten i.s.m. Natuurpunt en de Vlaamse overheid. De gemeente zorgt bij de uitrol van de wandel- en fietswegen voor de nodige infrastructuur (vuilbakken, bankjes) op strategische plaatsen.
  • Natuurgebieden beschermen we met vernieuwde ruimtelijke uitvoeringsplannen (RUPs).
  • Voor braakliggende percelen die in Natura2000, VEN-IVON of Natuurgebied liggen, formuleren we prioritaire instandhoudingsdoelstellingen, gekoppeld aan concrete acties. Eigenaars moeten goed worden geïnformeerd over hoe ze hun percelen kunnen inrichten en welke steun ze hiervoor kunnen krijgen.
  • Via de scholen en jeugdverenigingen betrekken we jongeren actief bij natuurbeheer en -beleid.
  • We waken erover dat groen gecompenseerd wordt wanneer het moet wijken voor bebouwing.
  • We activeren het erosiebestrijdingsplan. Na jaren percelen te zien uitspoelen en overstromen moet dit plan versneld worden uitgevoerd. De pijnpunten zijn geïnventariseerd, maar de uitvoering ligt nog steeds zo goed als stil.
  • We werken aan systematische regenwateropvang en insijpeling in situ. Zo realiseren we effectieve ‘afkoppeling’ en we creëren zowel buffercapaciteit bij zware regen als waterstockage bij droogte. We zetten daarmee een serieuze stap naar volwaardig watermanagement (info, ondersteuning, waterbuffering, infiltratie, hergebruik, zuivering).
  • We verhogen de rioleringsgraad voor afvalwater zo snel mogelijk.
  • Oude waterleidingen in asbestcement verwijderen en vervangen we zo snel mogelijk.

 

  • We lanceren ondersteunende maatregelen voor meer biodiversiteit in onze tuinen, in landbouw, in natuur. Natuur- en biotuinen, bloemenweides en oordeelkundig beheer van bermen en akkerranden creëren biodiversiteit. Daarvan profiteren ook de imkerij, de fruitteelt en de wijnbouw.
  • Kleine landschapselementen zijn effectief tegen erosie, maar herbergen ook nuttige dieren als egels. We promoten ze.
  • We koesteren bedreigde flora en fauna, van bevers tot ‘koesterburen’.
  • Bij de groeninrichting van pleinen, straten en openbare gebouwen kiest de gemeente prioritair voor streekeigen beplanting.
  • We stimuleren thuiscomposteren – het GFT-aandeel in onze afvalstroom is veel te hoog voor een landelijke gemeente! – en bio-tuinieren met de eigen compost.
  • Bio tuinbouw-, fruit- en wijnteeltbedrijven ondersteunen we. Starters helpen we aan een geschikt perceel.
  • We promoten onze eigen korteketenbedrijven regionaal en werken samen met hen ook met een actieplan lokaal voedsel uit.
  • We steunen de campagne ‘donderdag veggiedag’ en stimuleren die campagne verder bij scholen en horeca.
  • We sluiten ons aan bij de campagne voor GGO-vrije gemeenten.

 

 

Stop de nestbevuiling!

De mens heeft nog nooit zo'n grote impact gehad op het milieu. Van vuile lucht tot zwerfafval en schadelijke stoffen alom, het is tijd voor verandering! We moeten naar een evenwicht waarbij de

levenskwaliteit voor mens en dier hand in hand gaat met propere lucht, zuiver water en vruchtbare grond. Als we onze omgeving met zorg behandelen, staan we ook zelf gezonder in het leven!

  • Met een netwerk van meetpunten willen de luchtkwaliteit monitoren, vooral in de omgeving van scholen en kinderopvanginitiatieven. De resultaten delen we met de burgers.
  • We nemen gerichte maatregelen om de lokale luchtkwaliteit te verbeteren: het stimuleren van milieuvriendelijke verwarming bij particulieren, het handhaven van de zone 30 bij scholen, alternatieve routes voor vrachtwagens.
  • We willen een nultolerantie voor zeer gevaarlijke stoffen: asbest, pesticiden, herbiciden.
  • Wij willen dringend een proper Tielt-Winge. Er moet een einde komen aan het dumpen van inboedels, afbraakmaterialen en allerlei zwerfvuil langs wegen, in bossen, op akkers en trage wegen. De algemene opruimactie is een goed initiatief, net als peter- en meterschappen van straten en bermen. Maar opruimacties zijn als dweilen met de kraan open als niet wordt opgetreden tegen vervuilers. Wij menen dat strenge GAS-boetes hier op hun plaats zijn.
  • Ook lawaaivervuiling is een probleem in Tielt-Winge. We menen dat lawaaisporten niet thuishoren in een landelijke gemeente. Onze buurgemeenten weren ze van hun grondgebied. Tielt-Winge mag niet de uitwijkplaats zijn in het Hageland voor de gemotoriseerde recreant. We willen een duidelijk politiereglement met een verbod op recreatief gemotoriseerd verkeer op trage wegen, ondersteund door GAS-boetes.
  • Bij feestjes en fuiven moet meer rekening worden gehouden met de nachtrust van buren. Het geluidsniveau moet vanaf 1u omlaag.
  • Bij andere vormen van geluidsoverlast (grasmaaiers e.a.) voorziet de gemeente een reglement zodra daar een voldoende groot draagvlak voor is.

 

 

Tijd om het burgemeestersconvenant om te zetten in beleid!

Tielt-Winge ondertekende schoorvoetend het burgemeestersconvenant. Hartje Hageland gaf een aanzet tot beleid met groepsaankopen en de klimaatmobiel. Verder bleef het stil, te stil.

              

  • De gemeente volgt haar energieverbruik op en gaat na hoe zij energie kan besparen zonder comfortverlies. Doel is het versneld bijna energieneutraal (BEN) maken van het eigen patrimonium en het energiezuinig maken van openbare verlichting. Energiebesparingswerken in scholen en sportlokalen kan worden gesubsidieerd. Voor bouwheren, architecten, installateurs, … komt er info op maat en een verankering van BEN in bouwvoorschriften.
  • Groen wil duurzaamheid als norm in het aankoopbeleid van inrichtings- en verbruiksgoederen door de gemeente.
  • Het gemeentelijk wagenpark maken we milieuvriendelijker of ‘groener’, d.w.z. meer elektrisch. We gaan na of we het wagenpark ook ter beschikking kunnen stellen van autodelende initiatieven (Autopia).
  • We stimuleren het gebruik van (elektrische) dienstfietsen.
  • We installeren voldoende laadpunten voor elektrische fietsen en auto’s.
  • We opteren voor een versnelde invoering van LED-straatverlichting.
  • We continueren het beleid van energievriendelijke groepsaankopen van Hartje Hageland en van subsidies bij ecologische aankopen en verbouwingen, o.m. bij huurwoningen.
  • Mensen en verenigingen kunnen kosteloos energieadvies (ook aan huis) krijgen voor renovatie- en nieuwbouwprojecten. Sociaal kwetsbare gezinnen worden daarbij actief en prioritair betrokken. Ook bedrijven of handelszaken worden begeleid om forse energiebesparingen te realiseren.
  • De energetische renovatie van huizen moet op een voldoende grote schaal worden aangepakt en mag niet alleen afhankelijk zijn van individueel initiatief. Groen is voorstander van een model waarbij zo mogelijk een hele wijk in een keer wordt aangepakt. Dat is met name ook belangrijk voor die mensen die het meest gevoelig zijn voor energiearmoede. Een sterke strategie is nodig om die energetische renovatie te versnellen. Een goed vertrekpunt is de thermische luchtfoto, die toont welke woningen in welke wijken het meest energie verliezen. Zo kunnen prioritaire zones worden aangeduid waar het eerst moet worden ingegrepen. Eerst wordt geïsoleerd. Vervolgens komen er op zoveel mogelijk daken zonnepanelen, eventueel met formules als rent-a-roof, waardoor particulieren hun dak verhuren en niet zelf moeten instaan voor de investeringen.
  • Speciale aandacht is nodig voor huurders en verhuurders. Verhuurders moeten worden overtuigd om mee te stappen in het wijkproject. Het sociaal verhuurkantoor kan hierin een rol spelen.
  • We stimuleren actief projecten voor wind- en zonne-energie (individueel en collectief). We werken een concreet actieplan uit met o.a. ‘visuele’ doelen, waaronder het aantal extra zonnedaken – ook op reeds geïsoleerde huizen - tegen het einde van de legislatuur. De gemeente bekijkt ook waar kleinschalige wind- of andere projecten mogelijk zijn. De bevolking wordt actief betrokken bij alle fases van het project, van de planning tot de uitbating. Doel moet zijn dat burgers zelf kunnen participeren en zo zelf mee de energievoorziening in handen kunnen nemen.
  • We ondertekenen het burgemeestersconvenant voor 100% hernieuwbare energie tegen 2050.
  • We onderzoeken hoe we de eigen gemeentelijke aankopen meer circulair kunnen maken (meer hergebruik, doorverkoop, herstel, gerecycleerde materialen...).
  • We ondersteunen circulaire initiatieven als een repaircafé, weggeefplein, weggeefbib en boekenruil. We werken daarnaast een aanbod uit van (circulaire) huishoudelijke apparaten in een huur- of leaseformule, waardoor ook mensen met een lager inkomen efficiënte apparaten kunnen aanschaffen tegen een haalbare prijs.

 

EEN SOCIALE EN RECHTVAARDIGE GEMEENTE

performant sociaal beleid

 

 

Performant sociaal beleid

Groen wil een performant sociaal beleid dat alert is voor en inspeelt op diverse vormen van kansarmoede en zorgnoden. We gaan voluit voor een woonbeleid dat het recht op wonen garandeert, ook voor wie een onzeker inkomen heeft. We willen als lokale overheid actiever worden op de woningmarkt en samen met sociale verhuurkantoren inzetten op nieuwe woonvormen die aangepast zijn aan de noden van de doelgroep (co-housing, kangoeroewonen, …). We kiezen voor een sterk armoedebeleid dat de sociale rechten garandeert van al onze burgers. We willen betaalbare en kwalitatieve zorg voor ieder op buurtniveau garanderen. We hebben aandacht voor de specifieke situatie van kwetsbare groepen: senioren (leeftijdsvriendelijke gemeente), LGBT’s (holebi’s en transgenders), mensen met een beperking, kinderen en jongeren die in armoede leven, ex-gedetineerden en psychiatrische patiënten. Kinderopvang organiseren we ook voor zeer vroege vogels. En vakantieopvang maken we voldoende uitdagend voor wie niet op vakantie kan. We willen ook ons steentje bijdragen aan ruimere problematieken zoals de SDGs, migratie en Fair-Trade.

 

Hoewel Tielt-Winge een gemeente is met heel weinig leefloontrekkers, betekent dit niet dat armoede en kansarmoede niet voorkomen. Wel integendeel.  Vooral bij de senioren is er verdoken armoede. Ze uit zich in de lage kwaliteit van de woningen – vaak met beperkt of geen basiscomfort - waarin senioren leven.  Wij pleiten voor kwalitatieve en aangepaste woningen in de dorpskern, al dan niet in kangoeroe- of aanleunvorm, om senioren toe te laten zo lang mogelijk zelfstandig te blijven wonen in de vertrouwde omgeving. Daarnaast wil Groen de zorgkwaliteit voor senioren, d.w.z. de maaltijdbedelingen, diensten voor thuiszorg en toegang tot een alarmcentrale voor noodoproepen, blijven garanderen. Ook het aanbod aan socio-culturele activiteiten wensen we te handhaven. Zorgnoden en sociale begeleiding worden aangepakt samen met partners. Diensten in eigen beheer zijn oké als er een kwalitatieve meerwaarde is voor dienst of product (b.v. maaltijden) of voor het personeel (statuut). M.b.t. de grootkeuken wil Groen een grotere bedrijfszekerheid (looptijd contracten met afnemers) en een oplossing voor de investeringskosten, die nu vooral door de burgers van Tielt-Winge worden gedragen. 

Blijft  het probleem van de kansarmoede, die op het platteland minder zichtbaar maar evengoed aanwezig is.  Kansarme gezinnen opsporen vereist actieve screening en samenwerking met eigen diensten (bib, cultuur, jeugd, sport, …), met vrijwilligers en met organisaties als scholen, sportclubs, Hartje Hageland, organisaties voor thuiszorg. Belangrijk is dat zowel kinderopvang als jeugdwerking als de socio-culturele (o.a. muziekschool en muziekverenigingen) en sportsector  (voetbal, judo, dans), eventueel in samenwerking met de lokale basisscholen, actief werven bij de kansarmere gezinnen. Gemeente of OCMW kunnen overwegen om kansenpassen ter beschikking te stellen.

Groen wil een kwalitatieve kinderopvang met voldoende ruime openingsuren, ook voor hele vroege vogels. Buitenschoolse opvang wordt georganiseerd in de school zelf of in een IBO in de school-omgeving. Groen wenst een snelle en duurzame oplossing voor de buitenschoolse opvang in Houwaart.

We bieden een gevarieerd en aantrekkelijk vakantieprogramma aan, vooral voor kinderen die niet met vakantie kunnen.

We maken van Tielt-Winge een leeftijdsvriendelijke gemeente, d.w.z. dat we een kinder-, jongeren- en seniorentoets opnemen in het beleid. We gaan voor toegankelijkheid en een positieve benadering van diversiteit in al zijn vormen. Bevordering van sociale cohesie en verbinding tussen burgers is een evident aspect van sociaal beleid.

We kijken ook over het muurtje en steunen Fair Trade. We scharen ons bovendien effectief achter de engagementsverklaring duurzame ontwikkelingsdoelstellingen (SDG’s).

EEN BRUISENDE GEMEENTE

jeugd, cultuur, bib, sport, brede school, lokale economie, recreatie

 

 

Jeugd, cultuur, bib, sport, brede school

Vrijetijdsactiviteiten verbinden mensen en verdienen ondersteuning, te meer omdat jeugd-, senioren- en sportwerking en ook kunst- en muziekkringen (groten)deels draaien op vrijwilligers. Het verenigingsleven willen we daarom verder aanmoedigen! Daarnaast spelen de bib en de gemeenschapscentra een niet te onderschatten rol in het cultuur-voor-allen-beleid. Scholen werken daarom intens samen met de bib, het kunstonderwijs, sportorganisaties en de naschoolse opvang. De bredeschool-aanpak opent deuren voor kinderen. De bib is ook de ideale plek voor e-ondersteuning van burgers die anders de digitale boot missen. Groen opteert daarom ook voor gratis WIFI in alle publieke ruimten.

      

De ‘tien engagementen van het Jongerenpact 2020’ van de Vlaamse regering roept lokale besturen op om in hun beleid de ‘jongerenklik’ te maken. Zowel jeugdbewegingen als andere vormen van jeugdwerking draaien grotendeels op jongeren-vrijwilligers. Die vrijwilligers moeten met de eigenlijke werking bezig kunnen zijn, zonder infrastructurele of logistieke bekommernissen.  Jongeren gaan ook uit en ze verplaatsen zich naar school. Ook daar kan de gemeente afspraken maken en faciliteren.

Concreet kan het bestuur

  • mee investeren in goede jeugdinfrastructuur. Het gebouwenfonds is daartoe een goed instrument als dat fonds over voldoende middelen beschikt. Een gemeente is dit aan haar actieve jeugd verplicht, vindt Groen.
  • instaan voor voldoende en goed uitgeruste buitenspeelruimte bij voorzieningen voor kinderen en jeugdbewegingen: een speelbos of -terrein voor jeugdbewegingen, kleinschalige speeltuintjes in wijken, een speelstraat, vooral in vakantieperiodes, op vraag van buurtbewoners.
  • Daarnaast vragen jeugdorganisaties logistieke ondersteuning: vervoer van materiaal naar kampplaatsen bijvoorbeeld. Groen stelt voor om voor deze logistieke ondersteuning gebruik te maken van de “gemeentedienstencheque”.  Deze laat lokale organisaties , waaronder scholen en jeugdbewegingen, jaarlijks voor een bepaald bedrag een beroep doen op de gemeentelijke diensten voor vervoer of terbeschikkingstelling van materiaal , voor klusjes van de gemeentelijke onderhouds- of groendienst e.d. Gaan ze boven het voorziene bedrag, dan zijn de diensten betalend.
  • Uitgaande jongeren zijn gebaat met een aangepast busaanbod in het weekeinde.
  • Fietsstraten naar Aarschot en Diest en een up-to-date busaanbod naar de locaties met middelbare scholen in de buurt (Aarschot, Diest, Leuven, Tienen, Rotselaar) zijn belangrijk voor schoolgaande jeugd.

 

Het lokale bestuur regisseert en coördineert het cultuurbeleid en staat in voor

  • de culturele basisinfrastructuur: breed toegankelijke bibliotheken, gemeenschapscentra en lokale musea, maar ook tijdelijke podia voor festivals of materiaal voor straat- of wijkfeesten, stoeten en optochten;
  • een breed aanbod voor oud en jong, in samenwerking met het deeltijds kunstonderwijs, de bib en lokale muziekverenigingen en kunstkringen;
  • het brengen van kunst in de publieke ruimte: tentoonstellingen, festivals, …;
  • participatie: de rol van het verenigingsleven hierbij moedigen we verder aan. We zien ook een centrale rol voor de bibliotheek en de gemeenschapscentra. Zij kunnen kinderen toeleiden naar genietend lezen en naar kunst, in samenwerking met de lokale scholen. De bib speelt een niet te onderschatten rol in de ontwikkeling van leescompetenties en leesplezier bij kinderen. Alle kinderen moeten per jaar minstens 10x naar de bib kunnen! De meesten komen er immers nooit met hun ouders. Scholen werken daarom intens samen met de bib. Ook met het kunstonderwijs, sportorganisaties en de naschoolse opvang. Brede scholen openen deuren voor kinderen. De bib is bovendien de ideale plek voor e-ondersteuning van burgers die anders de digitale boot missen. Groen opteert daarom ook voor gratis WIFI in alle publieke ruimten.
  • Het bestuur doet ook inspanningen om sociaal zwakkere gezinnen bij het aanbod te betrekken d.m.v. kansenpassen voor deze gezinnen.

 

Het lokale bestuur regisseert en coördineert het sportbeleid en staat in voor

  • basisinfrastructuur – al dan niet in eigen beheer – voor binnen- en buitensporten;
  • breed bereik: sport-voor-allen in elke deelgemeente;
  • ruim aanbod: samenwerking tussen lokale scholen, sportclubs en de buitenschoolse opvang;
  • ruime participatie: Een kansenpas helpt kansarme kinderen om te participeren aan sport. Ook voor ouderen is er een aangepast aanbod.
  • De gemeente ondersteunt (promotioneel, logistiek, financieel) verbindende sportactiviteiten van scholen en lokale organisaties en organiseert zelf sportevenementen en -kampen voor specifieke doelgroepen.

 

 

Lokale economie, recreatie en toerisme     

De lokale economie van Tielt-Winge bestaat voornamelijk uit relatief grootschalige landbouw met teelten van veldgewassen, fruit en lokale wijn, en uit middelgrote (pluim)veebedrijven en hobby-landbouw. De algemene ‘verpaarding van het platteland’ is ook hier merkbaar. Verder vinden we in Tielt-Winge vooral diensten, kleinhandel en ambachtelijke bedrijven. De grote winkelketens zijn geconcentreerd op het Gouden Kruispunt. Ambachtelijke kleinhandel (bakker, buurtsupermark, slager) en horeca zijn nog beperkt aanwezig in de dorpskernen. Andere (kruidenier, groentenzaak, krantenwinkel ...) zijn helaas verdwenen. Het lokaal toerisme is ondanks enkele troeven beperkt qua infrastructuur en aanbod.

 

Kansen in de landbouwsector die we moeten benutten zijn:

  • de nieuwe, rechtstreekse relatie met klanten via voedselteams en directe verkoop aan klanten, o.a. pick your own; 
  • Landbouwers kunnen een belangrijke rol opnemen in de instandhouding van natuur.
  • Sociale en ecologische landbouw biedt een gunstige leef- en werkomgeving voor sociaal kwetsbare bewoners. Zorgboerderijen voldoen aan een toenemende vraag naar opvang van kansarme en schoolmoeë jongeren, ex-verslaafden e.a.  Tielt-Winge heeft hiervoor potentieel.
  • Tielt-Winge kan ook een uitgelezen plek zijn voor plattelandsklassen en kleinschalig plattelands-verblijftoerisme.
  • Een KMO-zone bleek geen optie voor Tielt-Winge. Een KO-zone voor lokale ambachtelijke bedrijven is dat wel. Bij de keuze van een locatie geven overwegingen m.b.t. de impact op de omgeving, de mobiliteit en de open ruimte de doorslag.

Groen wil

  • met opendeurdagen, schoolbezoeken, wandelingen al dan niet in de week van de korte keten de lokale landbouw met zijn ambachtelijke producten en vooral de korte keten promoten en ondersteunen.
  • kleinschalig plattelandstoerisme promoten binnen het ruimer streekaanbod voor het Hageland, met respect voor de kwetsbaarheid van het groene patrimonium voor verstoring en zwerfafval. Lawaaisporten passen niet in dit duurzame plaatje.
  • het recreatief dagtoerisme ondersteunen. Het basispakket van fiets- en wandelwegknooppunten is aanwezig. Natuur is ontsloten, o.a. het Walenbos. Ook een deel van het lokaal erfgoed werd toegankelijk. Maar voor de vele potentiële recreatieve fietsers is een trage doorstroming van auto’s wenselijk!
  • alle bedrijven en handelaars die kiezen voor duurzaam ondernemen ondersteunen.